De valkuilen van ABCD: waar de belofte van veerkracht wringt met het systeem

Weerbaarheid

Dit artikel is onderdeel van een vijfluik

1. Sterke gemeenschappen: de verbindingen van vóór de crisis als basis voor weerbaarheid
2. Wat is ABCD?: samenlevingsopbouw vanuit wat er al is voor een weerbare community
3. Dit artikel: De valkuilen van ABCD: waar de belofte van veerkracht wringt met het systeem
4. ABCD in de praktijk: wat de Nederlandse cases over weerbaarheid wél en niet laten zien (volgt)
5. ABCD en crisisorganisatie: waar de buurt de crisis versterkt, en waar niet (volgt)


Een wethouder zoekt naar een manier om met minder geld toch iets aan een buurt te doen, en iemand noemt ABCD. Bewoners zelf aan zet, de gemeente een stapje terug, de kracht van de wijk benutten. Het klinkt als de oplossing voor een begrotingsprobleem.

Wie zich verdiept in wat er over ABCD geschreven is, komt dat moment telkens weer tegen. De valkuilen die onderzoekers en praktijkmensen beschrijven, hebben vooral te maken met de manier waarop overheden de aanpak oppakken. Hieronder vijf die steeds terugkomen, met de bronnen erbij.

De financieringsparadox

Gemeenten werken met beleidssectoren, en elke sector wil dat zijn geld ten goede komt aan de eigen kerntaak: gezondheid, jeugd, veiligheid. Huygen en Fortuin beschrijven in hun publicatie voor het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners wat er dan met ABCD gebeurt.1 De aanpak wordt ingezet om een sectoraal doel te halen, en de gemeenschap wordt een middel. De opbrengsten van ABCD liggen bijna altijd op meerdere terreinen tegelijk, en raken daardoor “als het ware verdund” als je naar één terrein kijkt.

Het knelt ook bij wat er gemeten wordt. Resultaatverantwoording vraagt om uitkomsten die eenduidig bij één sector horen. Wat bewoners zelf belangrijk vinden, zoals verbinding, wederkerigheid en zelfrespect, valt daar buiten.

Een overzichtsstudie van Leeds Beckett University voegt de tijd eraan toe.2 Bij ABCD worden de doelen pas afgesproken als de buurt zelf aan het woord is geweest, terwijl veel financieringsmodellen vragen dat die doelen van tevoren vaststaan. Veel financiering loopt ook te kort. Een van de onderzochte programma’s adviseert minstens twee jaar, alleen al om op gang te komen.

Op het moment dat een asset-traject moet aantonen dat het bijdraagt aan minder zorgkosten of minder overlast, is de buurt weer een middel om een probleem van de gemeente op te lossen. Dan zijn we terug bij het probleemgerichte werken waar ABCD een alternatief voor wil zijn.

Rolverwarring

De aanpak vraagt van professionals dat ze een stap terug doen. Joop Hofman, workshopleider van de ABCD-werkplaats van het Landelijk Platform Buurt- en Wijkgericht Werken, zag hoe deelnemers daarmee worstelden: “Je bent gewend om het heft in handen te nemen. Maar bij ABCD ben jij in principe niet in the lead.”3 De Leeds Beckett-review citeert onderzoek dat het nog scherper zegt: bewust leidinggeven door een stap terug te doen, gaat in tegen wat de meeste professionals hebben geleerd.2

Hoe dat in een wijk uitpakt, staat in de evaluatie van een van de eerste Nederlandse ABCD-pilots, in de Eindhovense wijk Lijmbeek.4 De twee activiteiten die daar het minst zelfredzaam waren, de bewonerscommissie en de veiligheidsgroep, werden sterk van buitenaf aangestuurd. De veiligheidsgroep verwaterde na een paar bijeenkomsten, volgens de onderzoeker misschien mede door de grote invloed van Loket W en de politie. Beide hadden veiligheid als thema en namen regelmatig het initiatief. Wat overbleef was een bewonersgroep “die niet goed weet wat ze wilt, en steeds afhankelijker wordt van de professionals.”

Uit mijn eigen werk in de opgave weerbaarheid herken ik dat. Alleen faciliteren voelt al snel als tekortschieten. Je wilt meer doen, en bewoners vragen er ook om. Daar zit een spanning, en volgens mij ook de plek waar je in deze valkuil stapt: je gaat meer doen dan de bedoeling was.

Hoe professionals die omslag maken, blijft onderbelicht. De review stelt vast dat de literatuur wel beschrijft dat er een andere houding nodig is, en minder hoe die ontstaat.2

Het schaalprobleem

ABCD werkt dicht op de huid van één buurt. Het draait om mensen die elkaar kennen, om de fijnmazigheid die je alleen op straatniveau hebt. Wat gebeurt er als een gemeente dat wil uitbreiden naar een hele stad?

De Leeds Beckett-review haalt onderzoek aan dat daar duidelijk over is. Asset-based werken laat zich niet van de ene plek naar de andere verplaatsen zonder de lokale context te begrijpen, en ook niet simpelweg opschalen en uitrollen in de verwachting dat processen en uitkomsten zich herhalen.2 Overdraagbaar zijn volgens dat onderzoek de principes en de voorwaarden waaronder het werkt.

Het Landelijk Platform waarschuwt in zijn lessen uit de ABCD-werkplaats voor iets vergelijkbaars bij grote programma’s. Een gemeenschap wordt sterker als ze in haar eigen tempo groeit, en daar is binnen zulke programma’s niet vanzelf ruimte voor, omdat ze grotendeels vanuit overheidslogica werken.5

Er ontstaat dan al snel een format, en een format staat haaks op het maatwerk dat de methode veronderstelt. Hoe je van één wijk naar een hele gemeente komt zonder het lokale eigenaarschap te verliezen, daarop vond ik in de bronnen voor deze reeks geen overtuigend antwoord. Misschien zit het antwoord in het loslaten van dat idee. Een gemeente kan in elke wijk opnieuw beginnen, met dezelfde principes en een eigen verloop. Dat lijkt me goed mogelijk, en het past bij wat het onderzoek zegt over wat wel overdraagbaar is.

De verwachtingsparadox

Hier zit misschien de gevaarlijkste valkuil, en het is die van de wethouder uit het begin. ABCD lijkt te beloven dat burgers meer verantwoordelijkheid nemen en de overheid dus minder hoeft te doen. Als bezuinigingsinstrument is het daardoor aantrekkelijk.

Dat is ook een van de belangrijkste bezwaren die de Leeds Beckett-review tegen ABCD noemt: de aanpak zou passen in een agenda waarin de overheid zich terugtrekt, en kan de structurele oorzaken van achterstand aan het zicht onttrekken.2 Tegelijk beschrijft dezelfde review hoe gemeenten ABCD ook inzetten als praktisch antwoord op krimpende budgetten. Die twee liggen dicht bij elkaar.

Karen van Oudenhoven-van der Zee, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit, gaat in een oratie op die kritiek in en weerspreekt die.6 Volgens de oratie houdt een overheid die inzet op de veerkracht van gemeenschappen haar verantwoordelijkheid. Die neemt ze door uit te gaan van de kracht en behoeften van mensen, en waar nodig te ondersteunen.

De oratie laat ook zien wat er gebeurt als dat niet lukt. Burgers ervaren het contact met de overheid nu regelmatig als “dominant en vijandig”. En wie zich onvoldoende beschermd voelt door de overheid, loopt het risico af te leren zelf initiatief te nemen.

Ik maak daaruit op dat de boodschap “doe het zelf” zonder houvast mensen eerder wantrouwend dan weerbaar maakt. Huygen en Fortuin wijzen op het omgekeerde risico: wie te snel met hulp van buiten komt, kan bewoners het gevoel geven dat ze het zelf niet kunnen, en hoe meer hulp ze krijgen, hoe afhankelijker ze worden.1 Tussen te veel en te weinig overheid loopt een smal pad.

Wie buiten de boot valt

De laatste valkuil is de stilste, omdat het om mensen gaat die niet in beeld komen. Binnen ABCD is daar wel aandacht voor. Bij het Landelijk Platform heet die vraag: wie hoort er op de lege stoel?3 Sterke gemeenschappen lopen het risico dat bepaalde stemmen domineren, en dus moet je steeds kijken wie er niet aan tafel zit.

Een vraag voor de vorm is het niet. Een Nederlandse evaluatie van 33 buurten door het Verwey-Jonker Instituut en de HAN ziet dat bewonersregie zich in een aantal buurten concentreert bij “een meer selecte groep actieve en/of hoogopgeleide bewoners”, terwijl minder zichtbare groepen minder vaak worden bereikt.7 De Leeds Beckett-review stelt dat er vragen zijn over het bereik van ABCD en over wie er meedoet, en noemt twee studies waarin traditioneel achtergestelde groepen wel goed meededen.2 In beide gevallen waren die groepen vanaf het ontwerp betrokken. In Lijmbeek bleven studenten en nieuwkomers grotendeels buiten bereik. De nieuwkomers waren vooral vluchtelingen uit uiteenlopende landen, zonder gemeenschappelijke cultuur, en hen bereiken was volgens de evaluatie een kwestie van langdurige relatieopbouw op basis van wederzijds vertrouwen.4

Onderzoek naar buurtbetrokkenheid tijdens de coronaperiode beschrijft dat er in achterstandswijken juist veel burgerinitiatief ontstond.8 Tegelijk kan meedoen als vrijwilliger moeilijk blijven voor mensen in een achtergestelde positie, en is digitaal meedoen nog niet voor iedereen een optie. Van de Nederlanders met een lage opleiding heeft 30 procent digitale vaardigheden boven het meest basale niveau, van de 65- tot 75-jarigen 18 procent.

Voor weerbaarheid weegt dat zwaar. Van Oudenhoven-van der Zee schrijft dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen die kwetsbaar zijn door gebrek aan hulpbronnen in een crisis ook als eerste geholpen worden, en dat dit extra aandacht vraagt, ook van de overheid.6 Wie werkt vanuit wat mensen al hebben, moet dus bewust zoeken naar wie het minst heeft om vanuit te vertrekken.

Wat de valkuilen gemeen hebben

Naast elkaar gelegd laten deze bronnen een patroon zien. De financieringslogica, de beroepscultuur, de drang naar schaal en de hoop op bezuiniging horen bij het systeem waarin overheden ABCD plaatsen. Ook het bereik van kwetsbare groepen hoort daarbij. Wie met ABCD werkt, kent de vraag wie er ontbreekt, en het gaat mis als niemand de tijd en aandacht neemt om hem te beantwoorden.

Het Landelijk Platform zegt het in zijn lessen kort: het wringt, en dat hoort erbij.5 Wie ABCD wil inzetten, doet er goed aan deze valkuilen vooraf te benoemen en te aanvaarden dat ze niet vanzelf verdwijnen.

Wat ik me na het lezen afvraag, is of een gemeente dat wringen lang genoeg kan volhouden. Een begroting geldt voor één jaar, een college zit vier jaar, en een gemeenschap groeit in haar eigen tempo.

Dat wringen wegpoetsen door de methode te buigen naar de eisen van begroting en verantwoording, is de meest trefzekere manier om er niets aan over te houden behalve dan de naam.

Nieuwsbrief weerbaarheid

Ongeveer twee keer per maand het nieuwste artikel en een selectie berichten uit het veld, uit Nederland en daarbuiten.

Bekijk de laatste editie

Verdieping

1. Huygen, A. et al. (2021). ABCD: naar veerkrachtige gemeenschappen. Over gemeenschappen, impact en handelingsperspectieven voor gemeenten. Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners.

2. Woodward, J. et al. (2021). Asset Based Community Development: a review of current evidence. Leeds Beckett University.

3. Landelijk Platform Buurt- en Wijkgericht Werken (2024). ‘Hoe geef je bewoners de ruimte om zélf een gemeenschap te vormen?’

4. Bodd, J. (2003). Evaluatie ABCD pilot Lijmbeek Eindhoven, oktober 2000 – november 2003. Fontys Hogeschool Sociale Studies Eindhoven.

5. Landelijk Platform Buurt- en Wijkgericht Werken (2025). 5 lessen uit de ABCD-werkplaats.

6. Van Oudenhoven-van der Zee, K. (2025). Wat ons verbindt. Bouwstenen van een veerkrachtige samenleving. Oratie, Vrije Universiteit Amsterdam. Sociaal en Cultureel Planbureau.

7. Brock, A. et al. (2026). De Kracht van Samen. Een evaluatieonderzoek naar de programma’s Sterke Buurtverbinders en Van Buurten naar Communities. Verwey-Jonker Instituut en HAN University of Applied Sciences.

8. Den Broeder, L. et al. (2022). Community engagement in deprived neighbourhoods during the COVID-19 crisis: perspectives for more resilient and healthier communities. Health Promotion International, 37(2), daab098.