Wat is ABCD? Samenlevingsopbouw vanuit wat er al is voor een weerbare community
Dit artikel is onderdeel van een vijfluik
1. Sterke gemeenschappen: de verbindingen van vóór de crisis als basis voor weerbaarheid
2. Dit artikel: Wat is ABCD? Samenlevingsopbouw vanuit wat er al is voor een weerbare community
3. De valkuilen van ABCD: waar de belofte van veerkracht wringt met het systeem (volgt)
4. ABCD in de praktijk: wat de Nederlandse cases over weerbaarheid wél en niet laten zien (volgt)
5. ABCD en crisisorganisatie: waar de buurt de crisis versterkt, en waar niet (volgt)
Vraag een willekeurig wijkteam waar de problemen in een buurt zitten, en de lijst is binnen tien minuten klaar. Schulden, eenzaamheid, overlast, achterstallig onderhoud, mensen die zorg mijden. We zijn er goed in geworden om tekorten in kaart te brengen.
Onze systemen, formulieren en budgetten zijn er zelfs op ingericht: ze beginnen vrijwel allemaal bij de vraag wat er ontbreekt.
Leg datzelfde wijkteam de vraag voor wat een buurt al kan, en het wordt stiller. Het antwoord is er wel, en we bekijken het zelden zo.
Asset-Based Community Development, kortweg ABCD, is een vorm van samenlevingsopbouw die precies die volgorde omdraait: ze begint bij wat er al staat.
Waar het vandaan komt
ABCD is geen modeterm uit een recent beleidsdocument. De aanpak werd eind jaren tachtig bedacht door John McKnight en Jody Kretzmann, verbonden aan een onderzoeksinstituut in Evanston, vlak bij Chicago. Samen met een groep collega’s reisden zij door Noord-Amerika en bezochten ze ruim driehonderd buurten in twintig steden.
Hun vraag was niet waarom achterstandswijken vastliepen. Die vraag was al duizend keer gesteld. Hun vraag was waarom in sommige van diezelfde wijken, ondanks armoede en gebrek, tóch iets tot bloei kwam. Hoe burgerschap en onderlinge zorg overeind bleven waar je het op papier niet zou verwachten.
Wat ze zagen, legden ze vast in een boek dat tot vandaag het fundament van de methode vormt: Building Communities from the Inside Out.1 Van binnenuit, dus: een aanpak die aansluit op wat al in beweging is, in plaats van van buiten wordt ingebracht en over een wijk wordt uitgerold.
De vijf principes
ABCD rust op een handvol overtuigingen die op zichzelf weinig opzienbarend lijken, maar die samen een ander vertrekpunt opleveren dan we gewend zijn.
- Iedereen heeft iets in te brengen. Elk mens beschikt over vaardigheden, kennis of talent dat ergens van waarde is.
- Relaties maken de gemeenschap. Verbindingen tussen mensen wegen zwaarder dan de losse hulpbronnen die ieder afzonderlijk bezit.
- Burgers staan in het midden. Zij bepalen zelf wat er moet gebeuren. Het eigenaarschap ligt bij hen.
- Elke buurt is anders. Er is geen blauwdruk die je van wijk naar wijk kopieert.
- Iedereen hoort erbij. De gemeenschap is van iedereen die er woont, over groepsgrenzen heen.
De rode draad door deze vijf is een verschuiving in waar je je aandacht en energie op richt. Weg van het inventariseren van gebreken, naar het zichtbaar maken en mobiliseren van wat er al aanwezig is. Dat eerste principe geldt ook, en juist, voor mensen die in de gangbare registers als “kwetsbaar” of “cliënt” verschijnen.
Een buurt is eerder het web tussen haar inwoners dan de som van hen.
Wat dat in de praktijk betekent
ABCD is geen filosofie die in de lucht blijft hangen. Er hoort een werkwijze bij, en die begint met iets dat asset-mapping heet: het in kaart brengen van wat een buurt rijk is. Dat is breder dan je in eerste instantie denkt.
Het gaat om de talenten en gaven van bewoners. Om de verenigingen, kerken, sportclubs en informele groepjes die er al zijn. Om fysieke plekken zoals een buurthuis, een leegstaand pand of een stuk groen. En het gaat om natuurlijke hulpbronnen die niemand op een lijst zou zetten.
Daarna komt het werk dat zich het lastigst laat plannen: het leggen van verbindingen. Tussen bewoners onderling, tussen bewoners en organisaties, tussen organisaties die langs elkaar heen werken.
Uit die verbindingen ontstaan coalities rond doelen die de buurt zélf belangrijk vindt. En rond die doelen worden verhalen verteld over wat werkt, zodat een buurt van zichzelf leert.
Het zit vooral in die laatste woorden. Bij een programmatische aanpak bepaalt de overheid of de professional waar het naartoe moet. Bij ABCD wordt de agenda door de gemeenschap zelf gezet. De professional wordt iemand die mogelijk maakt.
Het verschil met probleemgericht werken
Het scherpst wordt ABCD zichtbaar als je het naast de manier legt waarop we doorgaans werken. Aan beide kanten zijn de bedoelingen goed, en het onderscheid zit in de startvraag.
Probleemgericht werken begint bij “wat gaat hier mis?” en “wat ontbreekt?”. Dat is een legitieme vraag. We hebben hem nodig om risico’s te zien, om in te grijpen waar het moet, om hulp te bieden waar die echt nodig is.
Maar als het de enige vraag is die we stellen, gebeurt er iets met de mensen die we bekijken. Ze veranderen in een verzameling tekorten. En een buurt die voortdurend door de bril van haar gebreken wordt bekeken, gaat zichzelf op den duur ook zo zien.
ABCD begint bij “wat kunnen we hier?” en “welke krachten zijn aanwezig?”. Dezelfde buurt, hetzelfde straatbeeld, een ander beeld.
De eerste vraag maakt mensen tot ontvangers, de tweede maakt hen tot deelnemers. Ik bedoel dat niet als een woordspelletje. Het is een verschil dat zich pas over jaren manifesteert, niet in één gesprek.
Waarom dit ertoe doet voor weerbaarheid
ABCD raakt de kern van waar weerbaarheid vandaan komt.
Een gemeenschap die zichzelf kent, die verbonden is, die gewend is om samen iets voor elkaar te krijgen, reageert anders op ontwrichting dan een gemeenschap waar iedereen op zichzelf staat. Die verbondenheid krijgt vaak vorm in bewonersinitiatieven en burgercollectieven: georganiseerde verbanden van bewoners die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun buurt.
Zo’n buurt wordt niet per se minder hard geraakt. Informatie gaat er wel sneller rond, mensen weten elkaar te vinden, en hulp hoeft niet alleen van buiten te komen.
Dat is meteen de gevoeligheid van het onderwerp. Want een buurt bouw je niet op het moment dat het misgaat. De verbindingen die er dan zijn, zijn de verbindingen die je in de jaren ervoor hebt laten groeien.
Dat maakt ABCD geen instrument dat je uit de kast haalt als de crisis er is, maar een manier van werken die lang vóór die tijd begint. Voor gemeenten die nadenken over weerbaarheid, verschuift daarmee de vraag. Niet alleen “zijn we voorbereid op wat er kan gebeuren”, maar ook “hebben we geïnvesteerd in een gemeenschap die zichzelf kan dragen wanneer het nodig is”.
Werken vanuit wat er al is, klinkt eenvoudig. In de praktijk vraagt het van professionals en bestuurders dat ze een diepgewortelde reflex loslaten: de reflex om eerst naar het tekort te kijken.
Die reflex loslaten is het moeilijkste deel van de methode, en tegelijk het eerste.
Verdieping
1. Kretzmann, J. P. et al. (1993). Building Communities from the Inside Out: A Path Toward Finding and Mobilizing a Community’s Assets. Center for Urban Affairs and Policy Research, Northwestern University.