Verdieping op Teamleren
Een inleiding met basiskenmerken van teams
Intro
In de vorige les zagen we dat TRM en teamleren samen een raamwerk vormen voor effectief samenwerken in crisisteams. De zeven competenties geven richting aan wat een team moet kunnen.
Teamleren beschrijft hoe een team die competenties blijft ontwikkelen.
Maar teamleren gaat niet vanzelf. Het vraagt meer dan goede intenties of een evaluatieformulier na een oefening. Het vraagt begrip van wat er werkelijk speelt in een team, zichtbaar en onzichtbaar.
Want wat maakt een groep mensen eigenlijk een team? En waarom lukt het samenwerken soms niet, ook als iedereen zijn best doet?
Dat is waar we hier kort op ingaan. Als fundament voor wat er daarna komt: teamgevoel, teamreflectie en teamactie.
Herken je dit?
Ken je dat? Een collega die in elke vergadering vooral zijn eigen agenda doordrukt. Die praat, maar niet luistert.
Die ruimte neemt, maar niet geeft.
Jij brengt iets in en het glijdt van hem af. De vergadering gaat gewoon door.
Je voelt de irritatie. Maar je zegt er niets van.
Want wat zeg je dan precies? En is het jouw taak? En wat zou het überhaupt veranderen?
Dit soort momenten zijn geen incidenten. Ze zijn het teamleven. En ze vertellen iets belangrijks over wat er werkelijk speelt, onder de oppervlakte van de agenda, de besluiten en de actiepunten.
Groep of team?
Een groep mensen die samen in een ruimte zit, is nog geen team. In een groep kunnen mensen informatie uitwisselen, ideeën bespreken of simpelweg aanwezig zijn, zonder gemeenschappelijk doel.
Een team is iets anders. In een team werken mensen samen om een specifiek resultaat te bereiken. Met een gedeelde missie, heldere doelen en een gezamenlijk plan van aanpak.
In de praktijk zie je bij effectieve teams telkens drie kenmerken terugkomen.
Een concrete, gedeelde doelstelling die als werkend kompas fungeert, niet als formaliteit. Interactie die bij dat doel past, want een oriënterend gesprek vraagt iets anders dan een besluitvormende vergadering.
En het gezamenlijk belang dat voor het eigen belang gaat. Teamleden begrijpen dat het succes van het team zwaarder weegt dan persoonlijke erkenning of de belangen van de eigen kolom.
Eigenaarschap
Het verschil tussen een groep en een team zie je het duidelijkst in de mate van eigenaarschap. De mate waarin teamleden verantwoordelijkheid voelen, nemen én opeisen, voor het samenwerken én voor het resultaat.
Eigenaarschap ontstaat niet vanzelf. Het vraagt dat ieder teamlid begrijpt dat hij of zij een aandeel heeft in hoe het gaat. Niet alleen de leidinggevende of de voorzitter. Iedereen.
Een team als systeem
Teams werken als systemen. Elke actie heeft een reactie. Wat de één zegt of doet, beïnvloedt wat de ander doet of laat. Keer op keer. Dat levert patronen op, helpende én belemmerende.
Wanneer Peter de vergadering leidt, verloopt alles soepeler. Wanneer Erik aan het woord is, vallen anderen hem steeds in de rede. Wanneer Lisa en Karen samen in het team zitten, durven anderen hun mening nauwelijks te uiten.
Je ziet het gebeuren. Maar waarom dit zo loopt, blijft vaak onzichtbaar.
De ijsberg
Wat een team doet en zegt is zichtbaar, het topje van de ijsberg. Maar wat dat gedrag aanstuurt, zit grotendeels onder de waterlijn. Overtuigingen, normen en waarden, dieper liggende drijfveren. Die zijn niet direct zichtbaar, maar bepalen in sterke mate hoe mensen zich gedragen.
Dat geldt voor individuen, en het geldt voor teams als geheel.
Neem Erik.
Anderen vallen hem in de rede omdat zijn manier van werken botst met wat zij belangrijk vinden. Hij hecht aan grondigheid en neemt de tijd voor zijn redenering. Zij willen tempo en komen snel tot actie.
Geen van beiden heeft het bij het verkeerde eind. Maar hun overtuigingen over hoe je een vergadering voert, liggen ver uiteen. Dat wrijft. En die wrijving uit zich in gedrag, onderbreking, afhaken, zwijgen, zonder dat iemand uitlegt wat er eigenlijk speelt.
We spreken van een bovenstroom en een onderstroom.
De bovenstroom is wat je waarneemt: wat er gezegd wordt, welke besluiten er genomen worden, hoe de vergadering verloopt.
De onderstroom is wat er onder speelt: onuitgesproken overtuigingen, botsende normen, vertrouwen of het gebrek daaraan.
De onderstroom beïnvloedt de bovenstroom voortdurend. Maar andersom werkt het ook: wat een team samen doet en bespreekt, heeft effect op wat mensen denken en voelen.
Samen werken is samen leren
Terug naar die collega die geen ruimte laat. De irritatie die je voelt maar niet uitspreekt. Dat zwijgen is ook een patroon. En het heeft effect op hoe het team functioneert, op wat er wel en niet besproken wordt, op of mensen zich veilig genoeg voelen om iets in te brengen.
Een team dat wil verbeteren, moet bereid zijn om naar zichzelf te kijken. Naar wat zichtbaar is én naar wat eronder speelt. Dat is de kern van teamleren.
Teamleren bestaat uit drie met elkaar verbonden elementen: teamgevoel, teamreflectie en teamactie. Ze versterken elkaar en zijn alle drie nodig. In de volgende lessen werken we elk element uit.
We beginnen bij het fundament: het teamgevoel.