Langdurige stroomuitval vergroot ook de kans op criminaliteit en overlast
- De criminologische bril: gelegenheid, toezicht en ontregeling
- Het eerste risico zit in de capaciteit
- Donkere plekken en schaarsteknooppunten
- Schaarste escaleert meestal stap voor stap
- De hybride dreiging: fysiek en digitaal tegelijk
- Informatiegebrek is een veiligheidsprobleem
- Maak van noodsteunpunten ook een veilige haven
- Burgemeester en hulpverleners hebben instrumenten nodig vóór de crisis
- Wat dit vraagt van politie en gemeente
- De kern
In gesprekken over weerbaarheid gaat veel aandacht uit naar noodpakketten en continuïteit van vitale processen. Houden we de pompen aan de praat. Blijft je mobiel functioneren? Hoe kunnen zorginstellingen door?
Dat zijn goede vragen, maar we missen in deze gesprekken momenteel nog een belangrijk scenario. De sociale stabiliteit. Want een groot deel van de bestuurlijke en politiële opgave wordt hier goed zichtbaar.
Het Nationaal Crisisplan Elektriciteit is daar helder over: de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de aanpak van de effecten van een elektriciteitscrisis op de openbare orde en veiligheid.
Een langdurige stroomuitval is daarom meer dan een technisch storingsscenario. Het is een scenario waarin gedrag, gezag, schaarste, informatie en kansen voor criminaliteit tegelijk verschuiven.
De criminologische bril: gelegenheid, toezicht en ontregeling
De criminologie biedt een bruikbaar kader om dit te begrijpen. De zogenaamde gelegenheidstheorie legt de nadruk op drie voorwaarden: geschikte doelwitten, afnemend toezicht en daders die ruimte zien om te handelen.
Een blackout raakt precies die drie factoren. Straatverlichting valt weg. Elektronische beveiliging functioneert beperkt. Meldingen komen niet of trager binnen. Publieke en private routines raken ontregeld.
Daarmee verandert de gelegenheidsstructuur voor criminaliteit. En dat is al jaren een relevante hoeksteen in criminaliteitspreventie.
Internationale studies ondersteunen dat beeld. Onderzoek naar ‘load shedding’ (gecontroleerd afschakelen van stroom) in Kaapstad vond dat zwaardere stroomuitval samenhing met meer criminaliteit, met een sterk effect tijdens nachtelijke uren. Dat past bij een eenvoudige observatie: het donker vergroot anonimiteit en verkleint de kans op snelle detectie.
De kernvraag voor gemeente en politie luidt dus: waar ontstaan bij langdurige uitval de nieuwe kansen voor misbruik, conflict en slachtofferschap?
Het eerste risico zit in de capaciteit
Hier begint ook meteen de beleidsmatige werkelijkheid. Zichtbare aanwezigheid klinkt logisch. Echter, in de praktijk ontstaat tijdens een blackout direct een capaciteitsparadox.
Politiecapaciteit wordt geprioriteerd op spoedhulp, prio-1 meldingen, assistentie aan kwetsbare locaties en de eigen continuïteit van de organisatie. Extra surveillance is dan geen vanzelfsprekendheid.
Dat is precies de reden om vooraf na te denken over vormen van publiek-private samenwerking (PPS): wie houdt op welke plekken het gezag overeind, wie bewaakt welke hotspots en welke partners kunnen taken overnemen of ondersteunen.
Het landelijk crisisplan voor elektriciteit legt de preparatie op crisisbeheersing expliciet bij veiligheidsregio’s en maakt de bestuurlijke verantwoordelijkheid op lokaal en regionaal niveau duidelijk.
Hier ligt dus een concrete ontwerpopgave. Politie, BOA’s, particuliere beveiliging, wijkbeheerders, vervoerders, woningcorporaties, supermarktketens, zorgorganisaties en burgernetwerken hebben ieder een eigen rol. Zonder een concrete rolverdeling blijft “zichtbare aanwezigheid” een abstracte wens.
Donkere plekken en schaarsteknooppunten
De meest voor de hand liggende criminaliteitsvorm is opportunistische vermogenscriminaliteit. Donkere winkelstraten, bedrijventerreinen, parkeerlocaties, logistieke knooppunten en uitgevallen stationsomgevingen worden aantrekkelijker wanneer toezicht wegvalt en detectie wordt verhinderd.
Een voorbeeld uit Nederland laat zien hoe snel de impact van langdurige stroomuitval zich verbreedt. Tijdens de storing in de Bommeler- en Tielerwaard op 12 december 2007 zaten ongeveer 50.000 huishoudens zonder stroom.
De gevolgen bleven niet beperkt tot verlichting en verwarming thuis. Ook telefoonverkeer ondervond ernstige hinder, brandweerposten werden fysieke meldpunten, treinstations waren onverlicht, scheepvaart op de Waal lag stil, zorginstellingen moesten met noodstroom worden ondersteund, kinderen gingen niet naar school en gemeenten en waterschap moesten ingrijpen om problemen in het riool- en afvalwatersysteem te beheersen.
De Bommelerwaard liet zien dat gemeenten tijdens een blackout snel op fysieke steun- en informatiepunten uitkomen. In latere NIPV/IFV-documenten worden de “koffiepunten” uit die gebeurtenis expliciet genoemd als bruikbaar voorbeeld van lokale crisiscommunicatie en laagdrempelig contact met inwoners.
Dat helpt om de veiligheidsopgave concreet te maken. Niet elke straat is even relevant. De grootste druk ontstaat op logistieke knooppunten: supermarkten, tankstations, apotheken, zorglocaties, waterpunten, laadlocaties, noodsteunpunten en plekken waar veel mensen informatie zoeken.
Schaarste escaleert meestal stap voor stap
Het begint bij schaarste zelden met plundering. Vaker zie je een oplopende escalatieladder. Frustratie aan de balie. Druk op winkelmedewerkers. Agressie tegen personeel dat moet uitleggen dat pinnen niet werkt of voorraden opraken. Voordringen in wachtrijen. Kleine diefstallen. Dreigen om toch nog brandstof, medicijnen of voedsel te krijgen. Pas later kan dat uitgroeien tot openlijke wanorde.
Vaak zie je bij schaarste een oplopende escalatieladder. Pas later kan dat uitgroeien tot wanordelijkheden.
Juist daarom hoort de veiligheid van winkelpersoneel, apotheekmedewerkers, pompbedienden, BOA’s en gemeentelijke publieksmedewerkers een expliciete plaats te krijgen in de voorbereiding.
Zij worden tijdens een blackout feitelijk gezien eerstelijns handhavers op plekken waar de druk snel kan oplopen.
De vraag voor het beleid is dan: welke instructies krijgen zij, wanneer sluiten zij de locatie, hoe roepen zij hulp in als de communicatie nog stil ligt, en welke locaties krijgen prioritaire ondersteuning van politie of handhaving.
Nu kun je zeggen: dat is een eigen verantwoordelijkheid. Maar de effecten in de openbare ruimte zijn voorstelbaar en voorspelbaar en daarmee, ook in de voorbereiding, een bestuurlijke opgave en verantwoordelijkheid.
De hybride dreiging: fysiek en digitaal tegelijk
Een tweede blinde vlek zit in de scheiding tussen fysieke en digitale veiligheid. Tijdens uitval, gedeeltelijk herstel of wanneer locaties tijdelijk op noodstroom draaien ontstaan vaak onvoorziene en unieke kwetsbaarheden bij vitale en semi-vitale objecten.
Toegangssystemen kunnen uitvallen. Elektronische sloten schakelen soms over op een open of noodregime. Cameratoezicht kan geheel of gedeeltelijk verdwijnen. Serverruimtes, technische ruimten, datakasten en procesbesturing worden dan aantrekkelijker voor sabotage, diefstal of ongeautoriseerde fysieke toegang.
In Nederlandse documentatie over informatiebeveiliging wordt stroomuitval expliciet genoemd als factor waardoor fysieke beveiligingsvoorzieningen kunnen uitvallen.
Voor gemeenten, politie en beheerders van vitale objecten betekent dit dat een blackout ook een beveiligingsuitdaging is. Wie bewaakt de serverruimte van het gemeentehuis. Wie controleert de toegang bij pompstations, telecomlocaties, gemalen en nutsvoorzieningen. Welke objecten schakelen veilig terug. Voor welke objecten valt toegangsbeveiliging weg? Dat soort vragen hoort vooraf ook op tafel. Bereid je voor op ergste, hoop op het beste.
Informatiegebrek is een veiligheidsprobleem
De recente NIPV-verkenning naar de grootschalige stroomuitval in Spanje en Portugal in april 2025 laat zien dat informatie voor inwoners een van de grootste behoeften was.
Veel respondenten meldden een gebrek aan handelingsperspectief en betrouwbare informatie. Geruchten verspreidden zich snel.
Dat heeft directe gevolgen. Waar informatie ontbreekt, groeit de ruimte voor misleiding, nepberichten, nepfunctionarissen en manipulatie van schaarste.
Gemeenten doen er daarom verstandig aan om noodsteunpunten of informatiepunten voldoende breed neer te zetten. Die locaties kunnen dienen voor logistieke ondersteuning, publieksinformatie én als sociaal veiligheidsnetwerk.
In de Bommelerwaard bleken fysieke koffiepunten waardevol voor informatie en meldingen.Andere crises laten zien dat vergelijkbare fysieke punten ook nodig kunnen zijn voor nooddrinkwater.
Maak van noodsteunpunten ook een veilige haven
Langdurige uitval vergroot de druk op huishoudens. Internationale literatuur laat een samenhang zien tussen rampen en partnergeweld. Het precieze patroon verschilt per situatie, maar de rode draad is ernstig genoeg om deze dimensie structureel mee te nemen in de voorbereidingen.
De praktische consequentie is helder: noodsteunpunten verdienen een dubbele functie. Ze zijn een primair een informatiepunt en ze kunnen ook dienen als laagdrempelig meldpunt voor onveiligheid, zorgsignalen en acute sociale ontregeling.
Dat vraagt om aanwezigheid van mensen die signalen herkennen, privacy kunnen organiseren en snel kunnen schakelen met politie, zorg en crisisorganisatie. Tijdens de Bommelerwaard-storing bleek bovendien hoe lastig het was om verminderd zelfredzame inwoners die zelfstandig wonen snel in beeld te krijgen.
Burgemeester en hulpverleners hebben instrumenten nodig vóór de crisis
Een professional vraagt bij dit scenario al snel: wat moet ik voorbereiden en wat mag ik doen? Die vraag verdient een expliciet antwoord. De burgemeester beschikt in crisissituaties natuurlijk over noodbevoegdheden. In de landelijke crisisplannen van de rijksoverheid wordt verwezen naar artikel 175 en 176 van de Gemeentewet en artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s voor bevelen en noodverordeningen wanneer openbare orde en veiligheid dat vragen. Maar zonder telefoon, mail en online systemen wordt dit lastig.
Het kunnen inzetten van bevoegdheden begint dus ruim vóór de storing. Denk aan uitgeprinte formats en conceptbesluiten voor afsluiting of regulering van schaarsteknooppunten, afspraken over toegangsregimes, inzetafspraken met BOA’s en particuliere beveiliging, prioriteitenlijsten voor objectbewaking en een uitgewerkt juridisch-bestuurlijk spoor voor samenscholingsbeperkingen of crowd management op specifieke locaties wanneer de situatie daarom vraagt. Dat maakt de overstap van analyse naar handelen een stuk kleiner.
Wat dit vraagt van politie en gemeente
Veel is momenteel in voorbereiding. Maar een lokaal uitgevoerde scenarioanalyse leidde tot de volgende actiepunten:
Snel prioriteren van schaarse inzet
Keuzes maken over waar politie, handhaving, zorg en gemeentelijke capaciteit als eerste nodig zijn. Niet alles kan tegelijk.
Bewaken van openbare orde op kwetsbare en drukke plekken
Extra aandacht voor winkelgebieden, supermarkten, benzinestations, noodsteunpunten, drinkwaterpunten, zorglocaties en verkeersknooppunten.
Zichtbare aanwezigheid organiseren in wijken en op straat
Fysieke aanwezigheid wordt belangrijker zodra verlichting, communicatie en toezichtsystemen uitvallen. Dat helpt tegen onrust, geruchten en gelegenheidsgedrag.
Kwetsbare inwoners eerder en gerichter in beeld brengen
Extra aandacht voor thuiswonende zorgafhankelijken, mensen zonder netwerk, GGZ-problematiek, verward gedrag, recreatieparken, dak- en thuislozen en bewoners buiten formeel zicht.
Voorbereid zijn op spanningen en opportunistisch gedrag
Rekening houden met hamstergedrag, inbraken, woonoverlast, escalatie van burenconflicten, huiselijk geweld en ongecoördineerde burgerinitiatieven.
Knooppunten en vitale locaties beveiligen
Niet alleen klassieke vitale infrastructuur, maar ook plekken waar schaarste, informatie, hulp en publiek samenkomen.
Personeel beschermen op risicolocaties
Boa’s, politie, baliemedewerkers, hulpverleners en vrijwilligers moeten veilig kunnen werken op plekken waar frustratie of drukte kan oplopen.
Desinformatie en geruchten actief dempen
In een informatievacuüm groeit wantrouwen snel. Gemeente en politie moeten daarom vroeg zichtbaar, concreet en herhaalbaar communiceren.
Samenwerken met winkeliers en vitale aanbieders
Vooral rond schaarste, bevoorrading, beveiliging, openingstijden, crowd management en signalering van spanningen of incidenten.
Juridisch-bestuurlijke bevoegdheden voorbereiden
Vooraf helder hebben welke besluiten nodig kunnen zijn en hoe die praktisch uitvoerbaar blijven bij systeemuitval, bijvoorbeeld rond noodbevel, crisismaatregelen of tijdelijk huisverbod.
Vroeg bepalen waar het kantelpunt ligt van hinder naar ordeverstoring
Het gaat niet alleen om storingseffecten, maar om de vraag wanneer ontregeling omslaat in maatschappelijke onrust of veiligheidsproblemen.
Vanuit lokaal gezag en gezamenlijke regie handelen
Juist bij langdurige uitval is duidelijkheid nodig over wie bestuurlijk richting geeft, wie operationeel coördineert en hoe gemeente en politie samen optrekken.
De kern
Langdurige stroomuitval is een stresstest voor de samenleving. Voor infrastructuur. Voor bestuur. Voor sociale verhoudingen. Voor de legitimiteit van gezag. Voor de veiligheid van personeel. Voor de bescherming van kwetsbare inwoners. Voor de vraag wie waar staat wanneer het donker wordt en het gewone systeem hapert.
Daarom verdient stroomuitval een criminologische bril. Die laat zien waar de kansen voor misbruik ontstaan. Die maakt zichtbaar waar schaarste omslaat in agressie. Die dwingt tot keuzes over capaciteit, knooppunten, informatie en bevoegdheden.
De centrale these blijft voor mij overeind: langdurige stroomuitval is vanaf het eerste uur ook een criminaliteitsscenario.
Bronnen voor als je meer wilt lezen:
Nationaal Crisisplan Elektriciteit (2025)
Nationaal Crisisplan Gas (2022)
Verbinding tussen werelden. Verdiepende studie naar de aanpak van zeven bovenregionale crisistypen. (NIPV, 2019)
Evaluatie Stroomuitval in de Bommeler- en Tielerwaard in december 2007
Crisiscommunicatietips voor uitval van vitale voorzieningen (NIPV/IFV, 2018)
Verminderd zelfredzamen ten tijde van rampen en crises: de overheid een zorg? (NIPV/IFV, 2018)